Zonnepanelen

Hoeveel zonnepanelen heb ik nodig? Zo reken je het uit

Reken in drie stappen uit hoeveel zonnepanelen je nodig hebt, met een rekentabel van 2.000 tot 5.000 kWh en tips voor na het einde van het salderen.

Groennieuws Redactie 8 min leestijd

Hoeveel zonnepanelen heb ik nodig? Die vraag kun je met drie getallen beantwoorden: je jaarverbruik, de opbrengst van één paneel en de ligging van je dak. In dit artikel reken je het stap voor stap uit, met een rekentabel voor een jaarverbruik van 2.000 tot 5.000 kWh.

Er speelt nog iets mee. Per 1 januari 2027 stopt het salderen. Daardoor is een dak vol panelen niet meer vanzelf de slimste keuze. Je leest hier waarom je beter iets krapper kunt rekenen en wat dat betekent voor de kosten.

Kort samengevat

  • Een gangbaar paneel van ongeveer 435 Wp levert in Nederland zo’n 330 tot 380 kWh per jaar op, afhankelijk van de ligging van je dak.
  • Deel je jaarverbruik door de opbrengst per paneel: bij 2.500 kWh kom je op ongeveer 7 panelen.
  • Een paneel is ongeveer 172 bij 113 cm, dus reken op zo’n 2 m² schuin dak per paneel.
  • Na het einde van het salderen (1 januari 2027) levert teruggeleverde stroom weinig op. Leg daarom niet meer panelen dan je zelf ongeveer nodig hebt.
  • Indicatie: 8 panelen kosten rond de € 3.200 inclusief installatie (prijspeil januari 2026, Milieu Centraal).

Stap 1: zoek je jaarverbruik op

Begin bij je eigen stroomverbruik. Dat staat op je jaarafrekening of in de app van je energieleverancier. Kijk naar het totale verbruik in kWh over twaalf maanden, dus normaal- en daltarief bij elkaar opgeteld. Heb je al zonnepanelen of een andere bron van eigen opwek, kijk dan naar het werkelijke verbruik en niet naar wat je netto van het net afneemt.

Ter vergelijking: een gemiddeld Nederlands huishouden gebruikt volgens Milieu Centraal ongeveer 2.430 kWh stroom per jaar. Een alleenstaande zit vaak lager, een gezin met kinderen hoger.

Houd rekening met plannen voor de komende jaren

Panelen gaan ongeveer 25 jaar mee. Denk dus vooruit. Ga je binnen een paar jaar een warmtepomp, een elektrische auto of een inductiekookplaat aanschaffen, dan stijgt je stroomverbruik flink. Milieu Centraal raadt aan om bij de keuze voor het aantal panelen rekening te houden met zulke plannen. Andersom kan isoleren je verbruik juist verlagen.

Stap 2: hoeveel levert één zonnepaneel op?

Het vermogen van een paneel staat in wattpiek (Wp). Dat is wat het paneel levert onder ideale testomstandigheden. Nieuwe panelen hebben volgens de ANWB een vermogen tussen 345 en 545 Wp. Milieu Centraal rekent met een gangbaar paneel van 435 Wp.

Voor Nederland geldt een bekende vuistregel: één wattpiek levert per jaar ongeveer 0,85 tot 0,95 kWh op (ANWB). Een paneel van 435 Wp komt daarmee grofweg op 370 tot 410 kWh per jaar bij een gunstige ligging. Milieu Centraal is iets voorzichtiger: 10 panelen leveren samen zo’n 3.800 kWh per jaar, dus ongeveer 380 kWh per paneel. Met dat getal rekenen we hieronder verder.

Zo reken je het zelf uit

  1. Opbrengst per paneel = vermogen in Wp × 0,85 tot 0,9 kWh.
  2. Pas dit aan voor de ligging van je dak (zie stap 3).
  3. Aantal panelen = jaarverbruik ÷ opbrengst per paneel.

Voorbeeld: je verbruikt 3.000 kWh per jaar en je dak ligt op het zuiden. 3.000 ÷ 380 = 7,9. Met 8 panelen dek je dan ongeveer je hele jaarverbruik.

Stap 3: ligging en hellingshoek van je dak

Niet elk dak haalt de volle opbrengst. Volgens Milieu Centraal haal je het maximum bij een dak dat op het zuiden ligt met een hellingshoek van 30 tot 45 graden. Bij een schuin dak is een hoek tussen 20 en 50 graden meestal het gunstigst. Een paar voorbeelden uit de tabel van Milieu Centraal:

LiggingHellingshoek 15°Hellingshoek 30°Hellingshoek 45°
Zuid95%100%100%
Zuidwest90%95%95%
Zuidoost90%95%90%
West85%80%75%
Oost85%80%75%
Noord75%60%45%

Ligt je dak op het oosten of westen, reken dan met zo’n 80 tot 85 procent van de maximale opbrengst. Je hebt dan dus meer panelen nodig voor hetzelfde aantal kWh. Op een plat dak kun je panelen in een oost-westopstelling leggen. Die levert per paneel ongeveer 10 procent minder op, maar je kunt er meer kwijt. Een oost-westdak heeft nog een voordeel: de stroom komt meer verspreid over de dag, en dat helpt om meer zelf te gebruiken.

Schaduw van een schoorsteen, dakkapel of boom drukt de opbrengst ook. Milieu Centraal noemt als richtlijn dat een dakdeel geschikt is als de zon er minstens de helft van de dag op schijnt.

Rekentabel: hoeveel zonnepanelen heb ik nodig per jaarverbruik?

In de tabel staat hoeveel panelen van ongeveer 435 Wp je nodig hebt om je jaarverbruik volledig te dekken. De kolom ‘zuid’ rekent met 380 kWh per paneel, de kolom ‘oost of west’ met ongeveer 330 kWh per paneel. Het dakoppervlak is gebaseerd op het zuiddak.

JaarverbruikPanelen (zuid)Panelen (oost of west)Dakoppervlak (zuid)Kostenindicatie (zuid)
2.000 kWh5 à 66ca. 10 tot 12 m²€ 2.200 tot € 2.500
2.500 kWh78ca. 14 m²€ 2.800 tot € 2.900
3.000 kWh89ca. 16 m²ca. € 3.200
3.500 kWh9 à 1011ca. 18 tot 20 m²€ 3.500 tot € 3.800
4.000 kWh10 à 1112ca. 20 tot 22 m²€ 3.800 tot € 4.200
5.000 kWh1315ca. 26 m²€ 4.700 tot € 5.000

De kosten zijn een indicatie. Milieu Centraal noemt voor 6 panelen ongeveer € 2.500, voor 8 panelen € 3.200 en voor 10 panelen € 3.800, inclusief omvormer en installatie (prijspeil januari 2026). De overige bedragen in de tabel zijn daarvan afgeleid. Op zonnepanelen voor woningen betaal je momenteel 0 procent btw. Vraag altijd meerdere offertes aan, want prijzen verschillen per installateur en per dak.

Hoeveel ruimte heb je op je dak?

Een nieuw zonnepaneel is gemiddeld 172 bij 113 centimeter, dus bijna 2 m². Houd daarnaast ongeveer 20 centimeter vrij vanaf de nok en de dakrand. Dakramen, een schoorsteen of een dakkapel kosten extra ruimte. Meet daarom het bruikbare deel van je dak op, niet de totale oppervlakte.

Op een plat dak staan de panelen schuin op een frame. Ze mogen elkaar dan niet in de schaduw zetten. Milieu Centraal rekent met zo’n 2,3 m² dak per m² paneel. Voor één paneel heb je op een plat dak dus ruim 4 m² nodig, tenzij je kiest voor een lage oost-westopstelling, die compacter is.

Na 1 januari 2027: waarom je niet moet overdimensioneren

Tot en met 2026 mag je de stroom die je teruglevert wegstrepen tegen de stroom die je van het net haalt. Dat heet salderen. Vanaf 1 januari 2027 stopt dat. Lees meer over het einde van de salderingsregeling en wat dat voor jou betekent.

Na 2027 krijg je voor teruggeleverde stroom een terugleververgoeding van je energieleverancier. Volgens de Rijksoverheid moet die tot 2030 minimaal 50 procent van het kale leveringstarief zijn. Leveranciers mogen daarnaast terugleverkosten rekenen. Netto blijft er per teruggeleverde kWh weinig over. Milieu Centraal komt bij een vast of variabel contract uit op ongeveer 1,25 cent per kWh.

Zelf verbruikte zonnestroom blijft wel veel waard: je hoeft die stroom dan niet in te kopen. Gemiddeld gebruiken huishoudens met zonnepanelen ongeveer 30 procent van hun zonnestroom zelf. De rest gaat het net op. Hoe meer panelen je legt, hoe groter het deel dat je teruglevert tegen een lage vergoeding.

Wat betekent dat voor het aantal panelen?

  • Mik eerder op 70 tot 90 procent van je jaarverbruik dan op 100 procent of meer. De laatste panelen leveren vooral stroom op die je teruglevert.
  • Leg het dak niet vol ‘omdat het kan’. Milieu Centraal noemt dat niet de slimste keuze voor je portemonnee.
  • Verwacht je een warmtepomp of elektrische auto? Dan kun je wel ruimer rekenen, zeker als je die auto overdag kunt laden.
  • Schuif verbruik naar de middag: zet de wasmachine, vaatwasser of droger aan als de zon schijnt.
  • Twijfel je over opslag? Bekijk dan wat een thuisbatterij kost voordat je extra panelen bijlegt.

Rekenvoorbeeld: gezin met 3.500 kWh

Een gezin verbruikt 3.500 kWh per jaar en heeft een zuidwestdak met een helling van 45 graden. Volgens de tabel van Milieu Centraal haalt dat dak ongeveer 95 procent van de maximale opbrengst. Per paneel is dat 380 × 0,95 = ongeveer 360 kWh.

  • Volledige dekking: 3.500 ÷ 360 = 9,7, dus 10 panelen.
  • Na het einde van het salderen: 80 procent van 3.500 kWh is 2.800 kWh. Dat is 2.800 ÷ 360 = 7,8, dus 8 panelen.
  • Ruimte: 8 panelen van bijna 2 m² is ongeveer 16 m² bruikbaar dakvlak.
  • Kostenindicatie: rond de € 3.200 voor 8 panelen.

Met 8 in plaats van 10 panelen bespaar je zo’n € 600 aan aanschaf, terwijl je vooral minder stroom teruglevert die weinig opbrengt. Wil je later toch uitbreiden, bijvoorbeeld na de komst van een elektrische auto, vraag dan of de omvormer daarvoor ruimte heeft. Op meer artikelen over zonnepanelen vind je meer achtergrond over aanschaf en opbrengst.

Veelgestelde vragen

Hoeveel zonnepanelen heb ik nodig voor 3.000 kWh?

Bij een dak op het zuiden heb je ongeveer 8 panelen van 435 Wp nodig. Ligt je dak op het oosten of westen, reken dan op 9 panelen. Na 1 januari 2027 is het verstandig om iets onder je verbruik te blijven, bijvoorbeeld 6 à 7 panelen.

Hoeveel kWh levert één zonnepaneel per jaar op?

Een paneel van ongeveer 435 Wp levert in Nederland bij een gunstige ligging zo’n 370 tot 410 kWh per jaar op, op basis van de vuistregel van 0,85 tot 0,95 kWh per wattpiek. Milieu Centraal rekent met ongeveer 380 kWh. Op een oost- of westdak is het zo’n 15 tot 20 procent minder.

Zijn zonnepanelen op het noorden zinvol?

Meestal niet. Op een noorddak met een helling van 45 graden haal je volgens Milieu Centraal ongeveer 45 procent van de maximale opbrengst. Bij een vlakke hellingshoek van 15 graden is dat 75 procent, dus bij een bijna plat noorddak kan het soms nog wel.

Bronnen