Mestprobleem treft ons allen en het klimaat

In Nederland zijn er zo’n 18 miljoen grotere veedieren (koeien, varkens, schapen en geiten en paarden). Het aantal varkens is 12 miljoen en er zijn in Nederland bijna 4 miljoen koeien. Het aantal pluimveedieren (voornamelijk kippen) is rond 100 miljoen.

Mest is essentieel voor voedsel gewassen en daar is niets mis mee, zolang er niet over bemest wordt, natuur of de mens in de directe omgeving daar geen last van hebben. Veel veeschuren staan vaak nog te dicht bij bebouwing en de fijnstof, ammoniak of andere meststoffen kunnen een probleem vormen.

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor de geurbelasting die afkomstig is van dierenverblijven bij veehouderijen. Deze stelt vaak een minimum afstand (zogenaamde geur zone) vast voor langdurige blootstelling van geur van mest, afkomstig van de veehouderij.

Het mestprobleem in Nederland

Het grootste probleem is dat er veel meer organische mest is van veehouderijen, dan nodig is voor onze voedselgewassen. Het mestoverschot is een milieuprobleem, omdat te veel bemesting het grond- en oppervlakte water en daarmee natuur en drinkwater vervuilt. Door te veel mest wordt de lucht vervuild door ammoniak en broeikasgassen met methaan en lachgas. Zo is ammoniak schadelijk voor de natuur en draagt bij aan de vorming van secundair fijnstof, wat schadelijk is voor de volksgezondheid. De broeikas gassen methaan en lachgas die vrij komen uit de mest, zijn slecht voor het klimaat.

De uitbreiding van veehouderijen is door middel van subsidie en vergunningen in het verleden aangemoedigd. Doordat de EU Nederland verhindert heeft om teveel mest te produceren is er een mestquota ingesteld en met subsidie van de Nederlandse belasting betaler, het aantal bedrijven of stuks vee ingekrompen. Veel lege megastallen in het Nederlandse landschap is het resultaat.

Het mestprobleem wordt “opgelost”

In 2016 is vanuit Nederland bijna 2,2 miljoen ton mest naar Duitsland geëxporteerd. Het ging hierbij om 66% van de totale mestexport. Het is meestal de gier die uit meer 90 % uit water bestaat. Over de weg en landwegen rijden tankvrachtwagens dit naar het buitenland. Efficiënt is dit natuurlijk niet. De vrachtwagens rijden op diesel en produceren fijnstof. Maar ook Duitsland is door de EU verplicht zich aan regelgeving te houden en overbemesting verboden. Hierdoor is de export van mest naar het buitenland sterk terug gelopen, maar blijft nog wel doorgaan.

Van afval naar groene energie

De oplossing om van mest groene energie te maken, was ook een manier om van het mestprobleem af te komen en aan stroom of brandstof…dacht men! Door mest te laten vergisten in grote afgesloten silo’s komen er brandbare gassen vrij, die te vergelijken zijn met aardgas. Voor groene bio-brandstof (die vaak toegevoegd wordt aan benzine of diesel) wordt er vaak regenwoud gekapt om plaats te maken voor mais of koolzaad die nodig zijn om bio-brandstof te produceren en is behalve duurzaam. Ook gas gewonnen uit mest is niet duurzaam en levert alleen, maar meer schadelijke gassen en mest op.

Mest kan namelijk niet zonder toegevoegde organische stof vergisten. Er is voor dit vergistingsproces van mest wel 50% koolzaad of mais nodig of een andere organische stof. Ook bij de vergisting zorgen deze toegevoegde stoffen opnieuw voor broeikasgassen. Voor de gist productie wordt ook gebruikt gemaakt van andere organische afval producten (keuken afval uit ziekenhuizen bijvoorbeeld), dat vaak sterk is vervuild met andere restproducten. Soms zelfs wordt er illegaal chemisch afval uit de industrie of van drug labs (productie harddrugs)toegevoegd, dat later weer met de mest uitgereden wordt op het land. Het restproduct bij deze vergisting van mest is mest plus mest van de toegevoegde organische stof. Het mestoverschot wordt er niet minder om, maar meer. Ook worden bij deze zogenaamde groene mest vergisters subsidie van burgers gebruikt onder het mom van dat het groene energie oplevert.

De boer wordt gek van de regelgeving rondom mest

De boer wordt in Nederland gecontroleerd door de overheid en is rondom mest uitrijden gebonden aan regelgeving. Dat is nodig omdat de grond overbemest wordt en het teveel aan mest verdwijnt via het grondwater en in de lucht wat het milieu sterk aantast. Het is er in de jaren voor de boer niet gemakkelijker op geworden, nu de regelgeving rondom mest veel papierwerk met zich mee brengt. Het lijkt ook allemaal heel ingewikkeld, maar komt er in grote lijnen op neer dat mest niet zomaar kan worden verhandeld of worden uitgereden over het land. Het aantal stuks vee moet in verhouding staan met het landoppervlak dat de veeboer bezit en alleen met papierwerk kan het worden uitgerede elders. Vaak koopt of pacht de veehouder elders dan ook een stuk land, zodat hij daar zonder te veel papierwerk zijn mest naar toe kan brengen. De mest die hij af moet laten voeren kost hem geld.