Het Walliser schaap is mooi, lief en rustig

 Het Walliser schaap is mooi, lief en rustig
Digiqole ad

Walliser is een Zwitsers schapenras en hebben de typische zwarte neus- en masker, zwarte knieën en zwarte hoefjes. De ooien hebben hierbij ook nog een zwarte stuit, wat normaal ontbreekt wat bij een zuiver stamboom ram. Beide geslachten dragen horens, maar bij de rammen zijn ze aanzienlijk groter. Ze worden beiden groter dan een gemiddeld schaap en de ooien kunnen gemakkelijk 70 kg en de rammen tot 100 kg wegen. Kortom de Walliser Schwarznase is een groot Zwitsers bergschaap met een mooie zwarte vlekken op crème kleurige wol en een lange wollige staart. De mooie gedraaide horens geven bij zowel rammen als ooien een mooi uiterlijk. Het mooiste is echter wel dat de Wallis schapen een nieuwsgierig, vriendelijk maar rustig karakter hebben. Ze komen graag naar je toe en de “aaibaarheidsfactor” is hoog.

Het Walliser Schwarznase schaap komt uit het berglandschap Wallis in Zwitserland. In Nederland is het schaap minder bekend en is alleen bij een tiental fokkers of hobby schapen houders te zien. De gedraaide hoorns die zowel bij de ooien als rammen voor komen, worden zelden of nooit tegen mensen gebruikt, maar alleen tegen indringers als wolven of rivalen. Je moet alleen ze niet aanleren om te stoeien met de horens en ook het mekkeren moet nooit meteen beantwoord worden, zodat het schaap zijn rustige vriendelijke karakter zal blijven behouden.

Verzorging en informatie over schapen houden is niet moeilijk en als ze voldoende gras en water hebben, kunnen ze met weinig zorg gehouden worden. Voordat je met schapen begint: bedenk dat een schaap wel 15 tot 20 jaar oud kan worden. Je moet wel regelmatig controleren op ziekten. Belangrijke oorzaken van ziekte zijn parasieten (wormen), verkeerde voeding, hittestress, virussen zoals blauwtong, myiasis, aandoeningen aan de hoefjes etc.

Om schapen te kunnen houden, heb je ook als hobby schapenhouder een uniek bedrijfs nummer (UBN) nodig. Ook moeten schapen binnen 6 maanden een oormerk in om ze te kunnen identificeren en zo nodig om uitbreiding van ziektes te voorkomen.

Scheren gebeurt 1 keer per jaar, rond eind juni en rond januari knip je nog een keer extra wol weg rond hun ogen weg, zodat ze wat meer kunnen zien. Af en toe de ontlasting laten onderzoeken door de veearts op wormen, is bij een kudde schapen geen slecht idee. Van weide veranderen is bij een kudde belangrijk om de wormbesmetting te voorkomen of de kans op wormen te verminderen.

Wie zijn schapen goed verzorgt, hoeft zelden een beroep te doen op de dierenarts. De voeding van schapen is niet moeilijk: ’s zomers eten ze gras, ’s winters moeten ze worden bijgevoerd met hooi of schapen brok. Brokken zijn goed om bij te voeren en er zitten ook belangrijke vitaminen en mineralen in. Zorg er ook voor dat de schapen altijd de beschikking hebben over een liksteen. Aan het gedrag van schapen valt af te leiden of ze ergens last van hebben. Een schaap dat zich van de groep afzondert, kan wel eens iets mankeren. Normaal zijn ze actief aan het grazen zijn of ze liggen na het grazen rustig te herkauwen. Geef ze elke dag schoon drinkwater en droog hooi en wat schapenbrok. Wen ze eraan dat je ze zo nu en dan in handen neemt: om te voelen of ze niet te mager of te dik zijn, om de hoefjes te controleren en hun gebit en ogen te bekijken.

Een ha is genoeg voor 10 schapen. Schapen hebben tegen de zon, maar ook koude, wint of regen beschutting nodig. Zeker als ze lammeren hebben is een schapenhok noodzakelijk.

Ziektes die soms bij schapen voorkomen:

Scrapie: komt voor bij schapen en geiten en kan dodelijk zijn. Scrapie wordt veroorzaakt door afwijkende eiwitdelen. Die worden ook wel prionen genoemd. Prionen die normaal in de hersenen voorkomen nemen door een onbekende oorzaak een andere vorm aan. Hierdoor worden de hersenen aangetast. Je merkt het vanzelf als een schaap scrapie heeft. Hij krijgt dan een afwijkend gedrag, gaat dromen en smakken, gaat krabben omdat hij jeuk heeft, en hij krijgt een droge en dorre vacht. Scrapie is erfelijk, als een schaap scrapie heeft, mag je er niet meer mee fokken. Soms worden schapen die scrapie hebben daarom ook doodgemaakt. Als een schaap scrapie heeft, kun je hem nog wel bij de andere schapen in de wei laten lopen, want scrapie is niet besmettelijk.

Zwoegerziekte: er is geen medicijn tegen zwoegerziekte. Zwoegerziekte is een virus die langzaam een longaandoening veroorzaakt. De schapen die zwoegerziekte hebben zijn kortademig en zullen na een tijd sterven. Zoals ik al zij is zwoegerziekte een virus. Het is daarom belangrijk dat je een schaap met zwoegerziekte apart houd van de schapen die gezond zijn, zodat zij het niet kunnen krijgen. Ook als je twijfelt, moet je het schaap apart houden. Als je dat doet, noem je de boerderij “zwoegerziekte vrij”.

Zere bekjes: ook dit is een virusziekte. Zere bekjes komt vaker voor bij lammeren dan bij volwassen schapen. Het schaap krijgt blaasjes op de lippen. Die blaasjes worden later korstjes. Het is besmettelijk, ook voor de mens. Zere bekjes is niet dodelijk. Maar het is geen pretje om te hebben. Lammetjes die zere bekjes hebben mogen ook niet bij de moede drinken. Dan kunnen er namelijk blaasjes op de spenen komen. Die blaasjes worden later ook weer korstjes. Zere bekjes gaat vanzelf weer over. Je kunt schapen er voor in laten enten.

Rotkreupel: wordt veroorzaakt door een bacterie die een ontsteking geeft aan de hoeven van het dier. Als een schaap rotkreupel heeft kan hij moeilijk lopen, en ligt hij vaak op de knieën te eten. Rotkreupel is besmettelijk. Andere schapen die in dezelfde wei staan kunnen het dus ook krijgen. Het gaat niet vanzelf over. Je kunt de schapen ertegen inenten.

Myiasis: wordt veroorzaakt door kleine vliegjes die eitjes leggen in de vacht van het schaap. De larven die uit de eitjes komen kruipen naar de huid. Dan gaan ze de huid opeten. Als je er niet snel ontdekt, is er kans dat het schaap eraan doodgaan. Maar als je er wel snel bij bent moet je de larven doden. Dit doe je door de wol eraf te scheren. Daarna moet je de plek insmeren met een gif dat de larven dood. De delen van de huid die zijn aangevreten moeten worden schoongemaakt. Dit doe je met een desinfecterend middel en een speciale zalf waar de huid.

Q-koorts

Deze meldingsplichtige ziekte is overdraagbaar op mensen. Ze wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetti. De besmetting verloopt via rundvee, schapen en geiten, maar ook via honden, katten en vogels. De besmetting treedt op door inademing van met bacteriën besmette stofdeeltjes. Dat is de voornaamste oorzaak van overdracht op de mens. Een andere bron van besmetting is het consumeren van onvoldoende verhit vlees of besmette rauwe melkproducten. De ziekte gaat niet over van mens op mens, alleen van dier op mens.
De bacterie is ongevoelig voor seizoensinvloeden en legt via het stof soms grote afstanden af. Geïnfecteerde dieren – die zelf niet altijd ziekteverschijnselen vertonen – verspreiden de bacterie. Die zit in lichaamsvochten zoals slijm, urine, melk en vruchtwater.

Ziekteverschijnselen van de Q-koorts zijn soms niet te herkennen. Mensen hebben vaak een griepachtig ziektebeeld. Het lichaam herstelt zichzelf dan binnen twee weken. Maar er zijn ook chronische varianten bekend. Ernstige vormen van Q-koorts veroorzaken soms longontsteking of leverontsteking. Inenten tegen Q-koorts is mogelijk.

Hygiënische maatregelen, vooraltijdens de lammertijd, vormen de beste methode om het risico op Q-koorts te verminderen. Voorkom besmetting via bezoekers, schoeisel, kleding, gereedschappen en nieuwe dieren (quarantaine).

 

Digiqole ad

Guido