Duurzaam en eerlijk leer

Digiqole ad
De opkomst van duurzaam en eerlijk leer

Geschiedenis in 1815 waren er al 250 looierijen in de provincie Brabant, die bij elkaar aan ruim 330 man werk verschaften. Brabant was daarmee de belangrijkste leerproducent van het land. eikenschors of ‘run’ was de belangrijkste plantaardige looistof om het leer te looien.

Lokale ambachtelijke eenmansbedrijfjes

Veel van deze looierijen waren lokale ambachtelijke eenmansbedrijfjes. Maar vanaf circa 1850 ontstonden rond plaatsen in de buurt van handelswegen waar water, huiden en eikenschors beschikbaar waren, concentraties van looierijen. Dat was het geval rond Breda (Dongen, Oosterhout), rond Tilburg (Tilburg, Oisterwijk, Gilze), in de Langstraat (Waalwijk en Loon op Zand met als handelscentrum Den Bosch) en rond Eindhoven.

Dat proces van concentratie werd versneld door het gereedkomen van de nieuwe spoorlijn tussen Tilburg en Breda in 1862. Vooral in Rijen schoten de looierijen als paddenstoelen uit de grond. Aan het einde van de negentiende eeuw gingen de eerste looierijen over op stoomaandrijving, waarmee het echte leerfabrieken werden. In 1898 waren er in Waalwijk twee stoomleer fabrieken in aanbouw, tussen 1900 en 1910 ontstonden er leerfabrieken in Eindhoven, Ravenstein en Rijen. In 1911 draaiden in heel Noord-Brabant al twintig leerlooierijen op stoom. Maar dat proces ging vooralsnog langzaam.

In datzelfde jaar was bijvoorbeeld nog niet één van de 73 looierijen in Dongen op stoomaandrijving overgegaan. De Eerste Wereldoorlog bleek een belangrijke stimulans voor het ontstaan van leerfabrieken. Doordat er erg veel vraag naar leer ontstond (legerlaarzen!), deden met name die looiers goede zaken die kort voor de oorlog nog over een grote voorraad huiden of leer beschikten. Dit leidde ertoe dat veel kuipleerlooiers hun bedrijf in een leerfabriek omzetten.

Ook de looitechnieken veranderden in de negentiende eeuw. Een verbetering van het looiproces was de vache-lissé-looiing, waarbij plantenextracten met een zeer hoog gehalte aan looistoffen werden gebruikt. Met name het looiproces voor zool- en drijfriemleder werd hierdoor versneld en verbeterd.

Gebruik vooral deze nieuwe blancheermachine!In 1848 was de looiende werking van chroomzouten ontdekt. Looiers gingen al snel over tot het gebruik van deze chroom looistoffen en rond de eeuwwisseling was de chroomlooiing minstens zo belangrijk als de plantaardige looiing. Het is een sneller looiingsprocédé voor met name bovenleder en erg geschikt voor mechanisatie.

Het aantal leerlooierijen daalde in de twintigste eeuw sterk door het verdwijnen van vrijwel alle kleine bedrijfjes. Ook de aard van het product veranderde: de productie van overleder verveelvoudigde, terwijl de productie van zoolleder vrijwel geheel beëindigd is.

In 2006 waren er in heel Nederland nog maar een paar leerfabrieken actief, waarvan in elk geval twee in Brabant: Rompa Leder in Rijen en Ecco in Dongen.

Milieu gevaarlijk

De bijna 550 leerlooierijen die er aan het eind van de negentiende eeuw waren, hebben ook hun sporen nagelaten in de vorm van water- en bodemvervuiling door het lekken en morsen van grond- en hulpstoffen, het lozen van afvalwater en het storten van vaste afvalstoffen op het bedrijfsterrein (zoals bezinksel uit het afvalwater dat chroom bevatte, chroomhoudende leerresten, verfresten en kleurstofresten). Afhankelijk van verschillende factoren kan een groot en diep gebied verontreinigd zijn, vooral met chroom.

Vóór de inwerkingtreding van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren in 1970 werd het afvalwater, meestal na bezinking in zinkputten en vloeivelden, rechtstreeks geloosd op het oppervlaktewater.

Eigenlijk zijn overal in Nederland wel plekken te vinden met een vervuilde bodem. De binnenstad van steden, de grond rondom gasfabrieken, en landbouwgronden waar veel bestrijdingsmiddelen werden gebruikt (denk aan DDT) zijn maar drie voorbeelden van plekken met een zwaar verontreinigde bodem. Omdat een vervuilde bodem vaak de drinkwatervoorziening bedreigt, terwijl veel gemeenten bouwplannen hebben op verontreinigde grond, bijvoorbeeld voor de aanleg van nieuwbouwwijken, is de schoonmaak van deze gebieden urgent.
De binnenstad

Projectontwikkelaars

Bij de bouw van een nieuw kantoorpand, een parkeergarage of een woonwijk, stuiten projectontwikkelaars op de hopen vuil die soms erg oud zijn. Oude stadskernen zijn namelijk vaak gebouwd op een metershoge “stadslaag”, die gevormd is door het eeuwenlang dumpen van stadsafval. De laag kan bestaan uit huisvuil en resten van huizen, maar ook het afval van kleine industrieën zoals leerlooierijen, fabrikanten van spiegels, verffabriekjes etc. Met de productie van leer, glas en verf kwamen zware metalen vrij als koper, lood, zink, cadmium, arseen en kwik, die in de stad werden gestort..

In Nederlandse winkels worden leren jassen, tassen, schoenen en talloze andere prachtige artikelen verkocht waarvan niemand precies weet wat de herkomst van het leer is. Honderd jaar geleden had Nederland zelf een bloeiende leerindustrie. Tegenwoordig zijn China, Italië, India en Brazilië de grote leerleveranciers. Huiden en dieren worden over de hele wereld verscheept. Traceren is zeer moeilijk.

Problemen

Toch weten we best welke problemen zich afspelen in de internationale leerindustrie. Veel dieren die eindigen in leren producten hebben een miserabel leven gehad en een nog miserabeler dood. Looien vergt veel energie, zout, zware metalen en ook water, dat in veel lagelonenlanden ongezuiverd in de natuur wordt geloosd.

Er zijn steeds meer initiatieven te noemen die deze trend bevestigen
In veel landen werken volwassenen en soms ook kinderen in slechte omstandigheden voor een karig loon. En de leerindustrie levert veel afval op, ook na de gebruiksfase, dat we nog niet goed kunnen recyclen.

De Nederlandse leersector ziet steeds meer initiatieven om de sector eerlijker en duurzamer te maken: diervriendelijke veeteelt, bestrijding van kinderarbeid, verbeterde werkomstandigheden, looimethodes met minder schadelijke chemicaliën, water-, energie- en zoutbesparing, recycling van (gebruikt) leer, biologisch afbreekbaar leer en meer.

Deze innovaties zijn hard nodig ook, want veel van het leer dat nu in de winkels ligt kan nog een stuk duurzamer. Achter een mooie leren schoen, tas of stoel gaat vaak nog een wereld van problemen schuil. Denk aan uitbuiting, kinderarbeid, watervervuiling, drinkwaterbesmetting, giflozingen, ontbossing en klimaatverandering.

“Duurzaamheid was in de leersector tot voor kort een nauwelijks gebruikte term”, vertelt Marja Baas, sectormanager Leer bij MVO Nederland. “Over textiel en bont heeft iedereen een mening, maar over duurzaam leer hoorde je weinig. De Sustainable Leather Award wil de pioniers belonen en modemerken, leerbedrijven, ontwerpers en retailers inspireren over te stappen op duurzaam en eerlijk gemaakt leer.”

Voor het zover is, zijn er nog heel wat veranderingen in de leersector noodzakelijk. In de hele keten moet de vraag naar duurzaam leer worden gecreëerd, anders gaat het niet gebeuren. Dus niet alleen de looierijen moeten veranderen, maar ook de importeurs, de winkeliers en de consument.

Gelukkig zijn er al merken als Nike, Adidas en C&A willen werken met gecertificeerde looierijen. Ze willen laten zien dat – mochten er ooit vragen worden gesteld – zij er alles aan hebben gedaan om duurzaam te produceren.

Chroom-6

Aan de erbarmelijke arbeidsomstandigheden in arme landen is nog niet veel verandert. De veiligheidsmaatregelen en gezondheid omstandigheden voor arbeiders (vaak ook kinderen) zijn ronduit slecht. Fairtrade concludeert na onderzoek dat bij een verantwoord gebruik van chroom-6- alleen een kleine elite van grote looierijen aan de norm voldeed. Over het algemeen zijn in arme landen dus weinig regels voor het gebruik van chemicaliën zoals chroom 6, kinderarbeid, milieu vervuiling, over het grote hoeveelheden water verbruik en vervuiling etc. Als rijke landen dit leer goedkoper importeren gaan ze voorbij aan het leed en vervuiling die het product heeft opgeleverd. Het is dus bijzonder krom om hier aan voorbij te gaan, terwijl ze de arbeid en milieu regels in eigenland wel hanteert. Schoner produceren met plantaardige producten kan nog steeds en wordt biologisch leer genoemd. Voor de arme landen is plantaardig looien of op en schonere manier wel mogelijk, maar duurder. Ook deze landen zijn afhankelijk van kopers en die vragen om goedkoop leer. Zolang alleen de vraag naar goedkoop leer of niet duurzaam leer blijft, worden de arbeidsomstandigheden en milieu vervuiling voor arme landen er niet beter op en eigenlijk in stand gehouden. Wij als consument kunnen wel het verschil maken door te kijken of kleding en dus ook leer Fair Trade, duurzaam of biologisch geproduceerd is.

Door: Guido Sparreboom
Beeld: Wesley van der Linde

Digiqole ad

Guido