Wat zijn de voor- en nadelen van biologische landbouw?

Wat zijn de voor- en nadelen van biologische landbouw?

Terwijl de meeste boeren kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen zo efficiënt mogelijk proberen te gebruiken, kiezen biologische boeren ervoor natuurlijke processen zoveel mogelijk te benutten en geen kunstmest, chemische gewasbeschermingsmiddelen en genetisch gemodificeerde planten te gebruiken. In 2011 werd op 2,6 procent van de landbouwgrond biologisch geboerd. De biologische landbouw onderscheidt zich van de gangbare landbouw door een gezonder bodemleven en een veel lagere emissie van resten van gewasbeschermingsmiddelen. Wel neemt ze meer ruimte (land) in beslag. Wereldwijd liggen de gewasopbrengsten gemiddeld 20 procent lager, overigens met een grote spreiding.

Van al het land dat mensen gebruiken, is een derde in gebruik voor voedselproductie. Ook een derde van al het transport houdt verband met voedselproductie, net als driekwart van al het zoetwatergebruik, en een vijfde van het wereldwijde verbruik van energie. Ook gewasbeschermingsmiddelen en mest hebben hun effect.

Mest en mineralen

Zoals fosfaat, nitraat en ammoniak, zijn nodig om gewassen te laten groeien. Gebruik van te veel dierlijke mest en kunstmest leidt echter tot vervuiling van bodem, water en lucht en tast de diversiteit van de natuur aan. Een ander gevolg is dat het grondwater verontreinigd raakt met nitraat. Door inkrimping van de veestapel zijn de afgelopen jaren de nitraatconcentraties substantieel gedaald en is ook het mestoverschot gehalveerd.Doordat het melkquota er weer af is zal dat in de komende tijd opnieuw verslechteren en zijn we terug bij af. Gelukkig gebruiken biologische boeren geen kunstmest dat de meeste schade geeft aan de bodem en het milieu en gebruiken ze naast mest ook veel compost.

Landbouw milieubelasting

De landbouw veroorzaakt 27 procent van de Nederlandse bijdrage aan het versterkte broeikaseffect. Voor een deel komt dat doordat voor het bedrijven van landbouw energie nodig is. Bij het gebruik van fossiele brandstoffen komt het broeikaseffect CO2 vrij. De glastuinbouw stoot de meeste CO2 (80 procent van de uitstoot door landbouw) uit door het hoge energieverbruik voor het verwarmen en belichten van kassen. Verder komt er CO2 vrij door het directe energiegebruik op het bedrijf, en door het indirecte energiegebruik voor de productie van bijvoorbeeld veevoer.

Andere broeikasgassen zijn methaan (CH4) en lachgas (N2O). Bij herkauwers (zoals koeien) komt bij de vertering methaan vrij. De landbouw zorgt voor 42 procent van de methaanuitstoot in Nederland en de veeteelt heeft hier de grootste bijdrage aan. Lachgas ontstaat onder meer bij een hoge bemesting en daardoor snelle afbraakprocessen in de bodem.

De FAO schat dat van de 50 miljoen km2 die de mens in gebruik heeft voor landbouw, bijna 40 miljoen km2 in gebruik is voor veeteelt. Hiervan wordt bijna 35 miljoen km2 grasland en 5 miljoen km2 als akkerland gebuikt om veevoer te telen. In Nederland beslaat landbouw zestig procent van de ruimte. Daarmee is ze belangrijk voor het landschapsbeheer. Het landelijk gebied vormt door verstedelijking en intensieve landbouw een steeds grotere barrière voor planten en dieren. De melkveehouderij, akkerbouw, en vollegrondstuinbouw kunnen een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van het landschap. De glastuinbouw en de intensieve veehouderij dragen volgens velen weinig positiefs bij aan natuur en landschap.

Verdroging

Nederland is in de afgelopen 50 jaar een stuk droger geworden, ondanks de (bijna) overstromingen in het gebied van de grote rivieren en de soms overvloedige neerslag. De landbouw draagt meer dan zestig procent bij aan de verdroging. Niet alleen wordt in droge periodes beregend, maar ook wordt het grondwaterpeil naar beneden gebracht omdat de grond anders te nat zou zijn voor landbouwgewassen.

Verdroging is een milieuprobleem omdat veel van de karakteristieke planten en de daar weer van afhankelijke dieren, van natte en vochtige standplaatsen verdwijnen of dreigen te verdwijnen. Ter compensatie voor de verlaging van de grondwaterstand voeren waterbeheerders water van elders aan. Doorgaans bevat dit water veel meer meststoffen dan het oorspronkelijke water, waardoor verruiging optreedt: de oorspronkelijke vegetatie die op voedselarme bodems groeide, wordt verdrongen door andere planten.

Genetische modificatie van gewassen

Bij genetische modificatie in de landbouw wordt het erfelijk materiaal van landbouwgewassen aangepast, zodat bepaalde eigenschappen veranderen. Dat levert economisch voordeel op, maar over de milieugevolgen zijn veel mensen het oneens.

Dierenwelzijn en diergezondheid

Voor het dierenwelzijn in de veehouderij zijn wettelijke normen vastgesteld in de Gezondheids– en welzijnswet voor dieren. Er zijn in internationaal verband vijf vrijheden voor het dier opgesteld. Deze vrijheden houden in dat dieren vrij zijn van dorst, honger en onjuiste voeding; van fysiek en fysiologisch ongerief; van pijn, verwondingen en ziektes; van angst en chronische stress; en vrij om hun natuurlijke (soorteigen) gedrag te vertonen. De dagelijkse praktijk is voor veel dieren echter nog anders.

Biologisch boeren

Is eigenlijk wat de boeren voor onze moderne landbouw altijd gedaan hebben voor honderden jaren zonder dat het milieu daar mee werd belast. Nu met onze kennis weten we wel de productie te verhogen maar maken we ook dat het milieu schrikbarend verandert wat vooral grote gevolgen heet voor nog toekomstige generaties.

Laten we samen met de natuur en onze kennis weer gezond voedsel produceren dat heel veel ziektes bij de mens kan besparen en waar het milieu en het dierenwelzijn door wordt verbetert.

Juist met onze kennis van vandaag de dag kunnen we door biologisch te boeren voldoende voedsel produceren voor iedereen. We zullen onze vee stapel moeten terugbrengen en groente van het seizoen van eigen grond eten wat heel gezond is en super goed voor ons klimaat en milieu.

Door: Guido Sparreboom
Beeld: Wesley van der Linde

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *