De natuur helpt de biologische boer een handje

Digiqole ad
De natuur helpt de biologische boer een handje

Appels, peren, aardbeien, sinaasappels, bananen, mango’s en kiwi’s zijn super gezond maar worden allen veel bespoten, waardoor het gif vaak door de schil heen kan dringen of via de wortels opgenomen kan worden, waardoor het ook in de vrucht kan komen. Gelukkig zijn het allemaal fruitsoorten die biologisch geteeld kunnen worden met de hulp van de natuur zelf.

Hoe kan een biologische kweker zonder gif werken?

We gaan kort even door de teelt van fruit heen om een idee te geven hoe onze biologische (fruit) kwekers zonder zonder gif kunnen werken. We beginnen in de lente wanneer de vruchtbomen bloeien en de bijen actief worden om nectar te verzamelen. Ze vliegen van bloem tot bloem en brengen dan tevens stuifmeel over, waardoor de bestuiving plaats vindt en het fruit kan beginnen te groeien. Vooral in het voorjaar zijn de bomen kwetsbaar voor andere insecten en op normale of zeg maar abnormale fruit bedrijven wordt er ook in deze periode volop met gif gespoten tegen schadelijke insecten, schimmels en zelf onkruid. Bijen kunnen door het gif dat gespoten wordt verzwakken, gedesoriënteerd raken of erger. Biologische fruittelers zorgen dat deze nuttige insecten gespaard blijven en met wat bijenkorven bij de boomgaarden krijgen ze ook nog natuurzuivere biologische honing als extra inkomen.

Schadelijke insecten

Tijdens de groei en voordat het fruit in de herfst kan wordt geplukt loopt ook de biologische fruitkweker de kans dat zijn boom of fruit schade ondervind van insecten die voor de boom schadelijk zijn. Een biologische teler mag geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken en zoekt dus naar andere oplossingen. Bijvoorbeeld: ze spuiten met gewoon water om de beestjes van het fruit te spoelen of plantenextracten, zoals brandnetelthee. Een slimme truc is het gebruik van ‘feromonen’. Dat zijn geurstoffen die mannetjes insecten in de war brengen, zodat ze het vrouwtje niet meer kunnen vinden. Zo komen er geen eitjes en dus ook geen nieuwe insecten. Als de teler het goed doet, kan hij met feromonen tot 98% de schade door die bepaalde insect voorkomen. Verder is te lezen in de andere blogs hoe lieveheersbeestjes luizen op kunnen eten en men rupsen kan doden door het uitzetten van sluipwespen.

De biologische boer krijgt hulp van de vogels

De biologische teler hangt nestkastjes voor koolmezen of andere insecten etende vogels op in de appelboomgaard. De vogels helpen de teler door rupsen te eten. Ook de insecten etende vleermuizen zijn van harte welkom in de boomgaard en zijn ’s nachts actief om schadelijke nachtvlinders en insecten te vangen! Torenvalken en uilen vangen kleine knaagdiertjes, zoals muizen en woelratten. Vooral de woelratten kunnen schade aan de boomgaard toebrengen doordat ze aan de boomwortels knagen. In elke biologische boomgaard zie je dan ook enkele nestkasten of nest gelegenheden voor deze vogels. Verder plant een fruitteler bomen hagen langs de percelen waarin kleine vogels, vaak insecteneters, kunnen nestelen. Kortom: een biologische fruitboomgaard is een klein vogelparadijsje!. Indien er kersen gekweekt worden zal de biologische fruitkweker gebruik moeten maken van netten waar vogels niet in verstrikt kunnen raken en zo heeft elke gewas of fruitsoort ook weer ze specialisme nodig samen met de natuur, om tot een goede oogst te komen.

Bemesting & onkruid

Bij de bemesting gebruikt de biologische boer geen kunstmest en alleen organische mest en het onkruid wordt alleen rondom de stam weggehaald en het gras mag in de rijen gewoon blijven staan.

Dit waren wat eenvoudige voorbeelden om weer te geven hoe de biologische boer samen kan werken met de natuur. De natuur waarde wordt hierdoor vergroot en de biologische boer heeft er vaak nog baat bij ook. De gezondheid van mensen wordt gespaard en verbeterd en vaak is de smaak en de voedingswaarde van de fruit nog beter ook.

Meer variëteit aan groente en fruitsoorten

Wat het vaak ook bijzonder maakt is dat de biologische fruitkweker oud Hollandse rassen gebruikt, die je niet gauw in de winkel tegenkomen. Daar liggen meestal alleen Granny Smith, Elstar en Jonagold. Dat zijn de appels die goed verkopen. Weinig keus en niet altijd even smaakvol. Er zijn wel 7500 andere soorten appels op de wereld! Vaak zijn deze rassen geteeld door de biologische fruitkweker omdat er kleinschalig gekweekt wordt en omdat ze vaak een hogere weerstand hebben tegen ziektes of insecten. (ook via enten worden gezondere rassen verkregen e.d.) In de biologische winkel zie je daarom wel zeldzame rassen, zoals Topaz, Santana, Dijkmans zoet, bellefleur en Sterappel. Allen met hun eigen smaak en ook gebruik.

Door: Guido Sparreboom
Beeld: Groen Nieuws

Digiqole ad

Guido