De biologische veehouderij

 De biologische veehouderij
Digiqole ad

De biologische veehouderij zal er zorg voor dragen dat zijn veestapel genoeg buiten komt. Alleen als het heel koud is worden de dieren binnen gehaald.  Ook binnen hebben de dieren genoeg ruimte en strooisel om zich ‘vrij’ te voelen.

Koeien houden

Van de Nederlandse koeien staat 30% altijd op stal. Per regio kan dat zelfs wel oplopen tot meer dan 50%. Biologische veestapel zit alleen in de wintermaanden binnen, maar sommige rassen zoals Schotse hooglanders en Hereford runderen kunnen goed tegen winterweer en kunnen buiten blijven. Wel hebben ze beschutting nodig en moeten bijgevoerd worden. Minimaal 60% van het voer moet van het eigen bedrijf of uit de regio komen; maximaal 40% van het rantsoen mag uit krachtvoer bestaan.

De dieren van gangbare vee bedrijven

De koeien staan dan te vaak binnen, maar bij varkens, kippen, kalkoenen, konijnen, nertsen ed. waarbij de winst cijfers belangrijker zijn dan het dierenleed is dat schijnbaar heel normaal. Ze proberen de kosten zo laag mogelijk te houden waardoor het dier in zo’n klein mogelijke ruimte moet leven samen met veel andere slachtoffers. Het wordt bio-industrie genoemd, maar had ook de naam dieren ‘concentratiekamp’ mogen heten. Zo zitten de varkens vaak in donkere hokken en zitten op elkaar en op een betonnen vloer. Deze dieren zijn vaak slimmer dan ons troeteldier de hond, maar het is nog steeds door de overheid of vleeseter toegestaan deze dieren geestelijk en lichamelijk worden gemarteld.

De mens wordt door zijn eigen toedoen gestraft

Door deze bio-industrie zijn er te veel mestvarkens en (slacht) kippen, waardoor de prijzen naar beneden gaan en de kippenboeren of varkensboeren te weinig verdienen.  De consument profiteer daarvan, omdat hierdoor de vleesprijzen laag zijn. De consument weet echter niet wat hij eet. Veel vlees bevat bestrijdingsmiddelen (Round-up) van genetisch gemanipuleerde mais of soja. Ook  krijgen ze antibiotica binnen die de dieren preventief in hun voer krijgen om ziektes te voorkomen. Tenslotte als je dieren met duizenden oppropt in schuren, kan een ziekte uitbraak het gevolg zijn. Daarom dat ze antibiotica in het voer stoppen en de vlees eter dat ook binnen krijgen. Het gevaar is echter dat bacteriën resistentie ontwikkelen tegen antibiotica en dat de antibiotica niet meer aanslaat, zowel bij het dier als de mens. Voor het voedsel moeten aan de andere kant van de wereld veevoer worden verbouwd en regenwoud wijken. Steeds meer landen kunnen vlees betalen en steeds meer regenwoud wordt plat gelegd. De mens is afhankelijk van deze regenwouden om het klimaat beheersbaar te houden en de opwarming tegen te gaan. Nu al zijn er overal tornado’s, orkanen en droogtes e.d door de klimaatopwarming. Nederland heeft nu al een tekort aan water in de zomer en de voedselproductie is in groot gevaar. Er zitten nog veel meer nadelen aan vlees, maar als laatste kan gezegd worden dat vooral vlees de grootste boosdoener is van hart en vaatziekten en ook kanker kan veroorzaken.

Biologisch vlees heeft geen antibiotica en het voer komt niet van genetisch gemanipuleerde gewassen, waarbij veel bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Ondanks dit vlees duurzamer, gezonder en diervriendelijker is… blijven het dieren die ook afgevoerd moeten worden (met veel stress bij het dier) naar de slachtbank. Ook een teveel aan biologisch vlees kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Eet daarom maximaal 1 of 2 keer vlees per week een klein stukje vlees of nog beter….vlees vervangers of geen vlees!

De mest 

De mest en de veestapel blijft een heel groot probleem voor de opwarming van de aarde. Tenslotte zorgt de veeteelt wereldwijd zorgt voor een groter broeikas effect dan alle verkeer samen. De veehouderij draagt dus letterlijk bij aan onze ondergang.  De zeespiegel stijgt doordat de ijskappen op de Noord en Zuidpool smelten en zelfs sneller dan verwacht. Nederland loopt de kans om in de toekomst onder water te komen te staan. De vraag is hebben we dat wel over voor dat ‘stukje ‘ vlees?

Biologisch vlees altijd beter dan gangbaar vlees

Bij biologische veehouderij wordt veel kleinschaliger gewerkt en de mest wordt zoveel mogelijk weer terug gebracht van waar het veevoer vandaan komt. Dat betekent dat het in de regio blijft en is er spraken van een natuurlijke kringloop. Mest overschotten en uitlaatgassen (verbruik van fossiele brandstoffen) worden hiermee zoveel mogelijk voorkomen. De mest wordt nog wel uitgereden met een trekker en hopelijk komt daar de elektrische trekker voor in de plaats.

Bij biologische bedrijven worden zo mestoverschotten voorkomen en om een natuurlijke kringloop in stand te houden werken biologische akkerbouwbedrijven en veebedrijven samen. Daarnaast gebruiken deze laatste twee bedrijven veel compost om hun gewassen te bemesten waardoor minder schadelijke broeikas gassen.

Biologisch gezonder en duurzamer

Duidelijk is geworden dat biologisch vlees gezonder is, diervriendelijker en beter voor het milieu. Daarnaast heeft het nog veel andere voordelen zoals dat er geen genetische manipulatie van gewassen en rassen is toegestaan, geen kunstmest, geen schadelijke bestrijdingsmiddelen voor gewassen, maar ook niet om stallen e.d te reinigen, vaak worden er geen plastic verpakkingen gebruikt etc.

Biologische gewassen mogen alleen op grond verbouwd worden, niet op water of kunstmatige ondergronden en er mag geen kunstmest worden gebruikt.

Roofbouw op onze aarde wordt door biologische bedrijven zo voorkomen waardoor het milieu, dier en mens er beter van worden. Daarnaast zorgen kleinschaligheid dat overproductie wordt voorkomen, waardoor iedereen een eerlijke boterham kan verdienen.

Digiqole ad

Guido