Bomen slaan CO2 op in hun stam en zijn daardoor al een uitkomst om de CO2 uitstoot terug te dringen. Zolang we het bos sparen of het hout nuttig gebruiken voor duurzame projecten, blijft de CO2 in het hout en hebben we duurzaam hout en CO2 reductie.

Controleer op het FSC-keurmerk

De meeste bouwmarkten verkopen verantwoord hout, maar je kunt dit altijd nog controleren aan het FSC-keurmerk. Het FSC-keurmerk zorgt ervoor dat de bossen wereldwijd door middel van verantwoord bosbeheer behouden kunnen blijven. Met verantwoord bosbeheer wordt er gelet op de bescherming van het leefgebied van planten en dieren en respect voor de rechten van de lokale bevolking. FSC-hout afkomstig is afkomstig uit duurzame bosbouw, waar bomen weer opnieuw worden aangeplant.

Groene stroom kan niet komen van omgezaagde bomen, maar wel van afvalhout of snoeiafval

Bij verbranding komt de CO2 weer vrij en dat moet worden voorkomen of zolang mogelijk worden uitgesteld. Mocht het hout uiteindelijk in een groene stroom centrale komen met fijnstof filters, dan nog komt er CO2 vrij, maar wel kunnen we dan spreken van een duurzame maatregel.

Bomen geven leven aan diersoorten en plantensoorten

Bossen herbergen twee derde van alle biodiversiteit en zijn dus van groot belang om de natuur te beschermen. Belangrijk is dus dat we zoveel mogelijk bomen beschermen, opnieuw aanplanten of laten opgroeien uit zaden die nog in de bodem zitten. Uiteindelijk groeit bos ook zonder tussenkomst van de mens terug en kan zich heel goed herstellen, zolang wij de natuur met rust laten.

Bomen houden de temperatuur laag en zorgen voor meer regen

Op plekken waar bomen gekapt worden, droogt de bodem vaak uit en ontstaat er woestijnvorming of eenzijdige vegetatie die weinig natuur waarde heeft. Omgekeerd kan het aanplanten van bomen erosie tegen gaan en er voor zorgen dat er meer regen gaat vallen. Bomen kunnen ook vochtige lucht vangen, doordat de vochtige lucht condenseert op het blad en naar beneden druppelt. Wanneer er droogte is, verdampt het blad water, dat als nevel boven de (nevel) wouden blijft hangen en voor regen zorgt. Daarnaast zorgt de verdamping van het blad en de schaduw, voor lagere temperaturen onder de bomen. Onder het bladerdak is het dan ook gemiddeld 4 graden koeler, dan op plekken zonder bomen. Hierdoor blijft het koeler op de aardbodem, omdat de zonnestralen tegen worden gehouden, en de bodem de straling van de zon niet om kan omzetten in warmte. Hierdoor profiteren opnieuw veel plant en diersoorten die onder het bladerdak leven, maar zorgt dat de klimaatopwarming minder snel gaat.

Bomen geven ons leven, zonder kunnen we niet, hoe meer hoe beter!

Conclusie: de bomen houden de temperaturen laag, waardoor plant, diersoorten en mensen minder blootstaan aan de opwarming van de aarde. Hoe meer bomen, hoe meer CO2 er op wordt geslagen wordt, hoe groter de buffer tegen de klimaatopwarming. Daarnaast worden de weersomstandigheden stabieler, wordt er meer zuurstof aangemaakt, is de biodiversiteit groter en is er meer neerslag te verwachten.