Afweerstoffen van planten kunnen kanker tegengaan

Digiqole ad
Afweerstoffen van planten kunnen kanker tegengaan

Salvosterolen zijn afweerstoffen van planten. Planten hebben net als dieren en mensen manieren om zich te verdedigen tegen gevaar. Voor een plant bestaat het gevaar uit aanvallen van bacteriën, schimmels, virussen en insecten. Wanneer een plant aangevallen wordt, maakt die afweerstoffen aan die salvestrolen worden genoemd. Deze komen in kleine hoeveelheden in onze voeding voor in groente, soja, knoflook, bonen, pinda’s, aardappelen, rode wijn en bessen. Salvestrolen hebben een bittere smaak. Er zijn supplementen te koop met een veelvoud van deze salvestrolen in geconcentreerde vorm. Daarbij wordt beweerd dat salvestrolen bij mensen de gezondheid zouden kunnen verbeteren, onder andere door te beschermen tegen kanker.

Verschillende afweerstoffen in de plant

Er zijn veel verschillende stoffen die tot de salvestrolen behoren. Van de meeste weten we nog weinig. Het is niet altijd duidelijk welke salvestrolen een supplement bevat. Het meest onderzocht is resveratrol.

Recent onderzoek heeft ontdekt dat juist Biologisch voedsel nog veel fytonutriënten of salvestrolen hebben die kanker cellen opruimen.

Engelse wetenschappers hebben een belangrijk tumorselectief mechanisme ontdekt waarmee bepaalde fytonutriënten in de voeding kankercellen opruimen. Juist deze fytonutriënten, die de naam salvestrolen hebben meegekregen, zijn de laatste decennia grotendeels uit de voeding verdwenen, behalve uit biologische producten. Salvestrolen hebben bij de mens een kankerremmende werking. Kankercellen sterven af terwijl gezonde cellen ongemoeid blijven. Salvestrolen zijn bitter en komen in relevante hoeveelheden alleen voor in biologisch geteelde groenten, fruit en kruiden.

Begin jaren negentig ontdekte professor Dan Burke, samen met zijn onderzoeksgroep van de Universiteit van Aberdeen, in kankercellen een nieuw type cytochroom P450-enzym namelijk het CYP1B1. Het opmerkelijke aan het ontdekte CYP1B1-eiwit is, dat het uitsluitend kan worden aangetoond in (menselijke) kankercellen, maar niet in gezonde weefselcellen. Bitter in de mond
maakt hart en lijf gezond.

Deze bevinding van Burke is bevestigd door verschillende onafhankelijke laboratoria en het Dana-Farber Cancer Institute in Boston.Gezonde cellen bevatten wel het gen (en mRNA) voor CYP1B1, maar dit gen komt onder normale omstandigheden kennelijk niet of nauwelijks tot expressie. Uit vitro onderzoek is gebleken dat CYP1B1 (pro)carcinogenen kan activeren. Toch speelt CYP1B1 waarschijnlijk geen belangrijke rol bij het ontstaan van kanker, omdat het enzym in normale cellen niet actief is.

Waarom krijgen sommige mensen geen kanker?

De vraag waarom mensen kanker krijgen, kan beter worden omgedraaid in de vraag, waarom mensen géén kanker krijgen. Misschien vertegenwoordigt het CYP1B1-enzym een zelfdestructiemechanisme in kankercellen, dat in de loop van de evolutie is ontstaan (CYP-enzymen zijn zo oud als de mensheid) om cellen die zijn ontspoord selectief uit de weg te kunnen ruimen.

Als dat zo is, is het een logische gedachte dat het CYP1B1-enzym bestanddelen uit de voeding gebruikt om de kankercel tot celdood te dwingen waardoor deze geen gevaar meer vormt. Dit kan één van de manieren zijn waardoor biologische voeding beschermd tegen kanker.

Kankerremmende salvestrolen

De Engelse onderzoekers hebben inmiddels meer dan twintig fytonutriënten (bioflavonoïden, carboxylzuren, stilbenen, stilbenoïden) in groenten, kruiden en fruit geïdentificeerd die als gemeenschappelijke noemer hebben, dat ze celdood bevorderen in kankercellen na activering door CYP1B1. De onderzoekers hebben deze groep fytonutriënten salvestrolen genoemd (salve is afge- leid van salvere dat redden betekent, strol is afgeleid van resveratrol, de eerste salvestrol), maar willen nog niet loslaten over welke fytonutriënten het precies gaat.

De veelal bitter of scherp smakende salvestrolen behoren in ieder geval tot de fytoalexinen, stoffen die door planten worden geproduceerd ter bescherming tegen schimmels, bacteriën, virussen, insecten en ultraviolet licht. Deze fytoalexinen, die het afweersysteem van de plant vertegenwoordigen, zijn voornamelijk te vinden in de schil van vruchten, in zaden, bladeren en de buitenzijde van wortels; delen van de plant die met de stressor in aanraking komen. Afhankelijk of de plant in contact komt met de stressor bevat het een kleine (basale) of grotere hoeveelheid fytoalexinen.

Door: Guido Sparreboom
Beeld: Wesley van der Linde

Digiqole ad

Guido